Hoe werkt een frequentieregelaar bij elektromotoren?

frequentieregelaar

Inhoudsopgave artikel

Een frequentieregelaar is een elektronisch apparaat waarmee je een elektromotor nauwkeurig aanstuurt. Je regelt hiermee het toerental, de draairichting, de acceleratie en het motorkoppel. Zo pas je de variabele snelheid van een elektromotor aan op de taak en de belasting.

De werking frequentieregelaar begint bij de vaste netspanning. De regelaar zet deze spanning om in een regelbare voeding voor de motor. Daarbij stemt hij de frequentie en spanning af op de gewenste snelheid. Een frequentieregelaar staat ook bekend als variable frequency drive (VFD), motordrive of omvormer voor elektromotoren.

Je ziet deze techniek vaak bij pompen, ventilatoren, transportbanden, compressoren en industriële machines. Met een toerentalregeling motor start en stopt de aandrijving gecontroleerd. Dat beperkt piekstromen, mechanische schokken en slijtage aan motor en machine.

Bij een variabele belasting kan een frequentieregelaar ook energie besparen. Pompen en ventilatoren hoeven dan niet steeds op volle snelheid te draaien. De uiteindelijke werking hangt af van het motortype, het vermogen, de motorgegevens, de regelstrategie en een juiste parametrering.

Wat is een frequentieregelaar en waarom gebruik je die?

Een frequentieregelaar vormt de schakel tussen de netvoeding en de elektromotor. De functie frequentieregelaar is het regelen van spanning, frequentie en stroom. Zo bepaal je hoe snel de motor draait en hoeveel vermogen hij levert.

In een elektrische aandrijving werkt de regelaar als een toerentalregelaar. Je kunt de motorregeling bedienen via een paneel, potentiometer, PLC, sensor of gebouwbeheersysteem. De instellingen bepalen het toerental, de draairichting, de starttijd, de stoptijd, de maximale snelheid en de stroomgrens.

Een omvormer elektromotor bestaat meestal uit drie delen. De gelijkrichter zet wisselspanning om in gelijkspanning. Een gelijkspannings-tussenkring vlakt deze spanning af en buffert haar tijdelijk met condensatoren. De omvormer maakt met snelle elektronische schakelaars, zoals IGBT’s, opnieuw wisselspanning met een instelbare frequentie en spanning.

De functie van een frequentieregelaar in een elektrische aandrijving

Met frequentiesturing laat je een motor rustig versnellen en vertragen. Je stelt het gewenste toerental nauwkeurig in. De regelaar kan de motor beschermen tegen overbelasting, overstroom, oververhitting, onderspanning, overspanning en faseverlies.

Een frequentieregelaar maakt een aandrijving niet vanzelf zuiniger. Het energieverbruik hangt af van de belasting, de motor, de instellingen en de installatie. Een goed gekozen elektromotor met frequentieregelaar kan bij wisselende belasting wel veel energie besparen.

Het verschil tussen directe aanloop en geregelde motorstart

Bij een directe motorstart krijgt de motor meteen de volledige netspanning. Een asynchrone motor vraagt op dat moment een hoge aanloopstroom. Die stroom kan spanningsdippen, mechanische schokken en slijtage veroorzaken.

Met een zachte start elektromotor bouw je de spanning en snelheid geleidelijk op. Een softstarter beperkt de startpiek, maar regelt tijdens normaal bedrijf meestal niet het toerental. Een frequentieregelaar biedt wel een volledige motorstartregeling. Je kunt daarmee de piekstroom beperken en de acceleratie afstemmen op de machine.

Geschikte elektromotoren voor frequentieregelaars

De meest gebruikte combinatie is een draaistroommotor met een frequentieregelaar. Een asynchrone motor is stevig, betaalbaar en geschikt voor veel pompen, ventilatoren en transportbanden. Let bij een IE3-motor en IE4-motor op de juiste motorgegevens en instellingen in de regelaar.

Voor toepassingen met hoge nauwkeurigheid of een groot regelbereik kan een synchrone motorregeling passend zijn. Controleer steeds de isolatie, koeling, lagerbelasting en maximale motortoerental. Zo sluit de motor goed aan op de gekozen frequentieregelaar.

Hoe regelt een frequentieregelaar het toerental van een elektromotor?

Een frequentieregelaar past de frequentie van de motorspanning aan. Zo kun je het toerental regelen elektromotor zonder de motor steeds in en uit te schakelen. De motorfrequentie bepaalt het tempo van het magnetische draaiveld in de motor.

Bij een asynchrone motor bereken je het synchrone toerental met de formule nₛ = 60 × f / p. Hierbij staat nₛ voor het toerental in omwentelingen per minuut, f voor de frequentie in hertz en p voor het aantal poolparen.

Een vierpolige motor heeft twee poolparen. Bij 50 Hz komt het theoretische toerental uit op ongeveer 1.500 omwentelingen per minuut. In de praktijk draait de as vaak tussen 1.400 en 1.480 omwentelingen per minuut. Dit verschil heet slip en is nodig om motorkoppel op te bouwen.

De regelaar verlaagt of verhoogt de uitgangsfrequentie. Bij een lagere frequentie daalt het toerental meestal. Bij een hogere frequentie stijgt het toerental, zolang de motor, lagers en aangesloten machine dit aankunnen. Zo ontstaat een variabel motortoerental voor uiteenlopende taken.

Een moderne omvormer gebruikt vaak een PWM-regeling. PWM staat voor pulsbreedtemodulatie. De regelaar schakelt een gelijkspanning zeer snel in en uit. De motor ontvangt zo een effectieve, sinusachtige spanning.

De uitgangsspanning verandert mee met de frequentie. Dit helpt om de magnetische flux in de motor binnen een bruikbaar bereik te houden. Het beschikbare koppel blijft zo beter voorspelbaar. Daarmee kun je de snelheid elektromotor instellen zonder een onnodig grote stroompiek.

Bij een open-loop-regeling berekent de frequentieregelaar het motorgedrag zonder directe snelheidsmeting. De regelaar gebruikt de ingestelde waarden en het gemeten motorvermogen. Deze aanpak past bij veel pompen, ventilatoren en transportbanden.

Een closed-loop-regeling gebruikt terugkoppeling van een encoder. Die sensor meet het toerental en kan de positie van de motor volgen. De regelaar corrigeert de uitgang wanneer de belasting verandert.

Een encoder is nuttig bij hijsinstallaties, positioneersystemen en extruders. De techniek helpt bij machines die op lage snelheid veel koppel nodig hebben. Voor een rustige beweging stel je de maximumfrequentie, acceleratie en deceleratie zorgvuldig in. Een passende stroomlimiet beschermt de motor bij zware belasting.

De werking van frequentie, spanning en motorkoppel

Een frequentieregelaar stuurt de frequentie en spanning elektromotor tegelijk aan. Zo kun je de snelheid, het motorkoppel en de belasting beter beheersen. De regeling begint bij de netspanning en eindigt bij een passende driefasige spanning voor de motor.

Van wisselspanning naar een regelbare uitgangsfrequentie

Bij een standaard aansluiting komt bijvoorbeeld driefasige 400 volt wisselspanning binnen. De gelijkrichter frequentieregelaar zet deze wisselspanning om in gelijkspanning. Dit proces heet wisselspanning omvormen.

De gelijkspanning gaat naar de tussenkring. Condensatoren vlakken de spanning af en slaan tijdelijk energie op. Een smoorspoel kan de stroom rimpel verminderen. Een remchopper schakelt een remweerstand in wanneer de motor tijdens het afremmen energie terugstuurt.

De omvormer gebruikt vermogensschakelaars, meestal IGBT’s. Deze schakelaars openen en sluiten zeer snel. Met pulsbreedtemodulatie ontstaat een regelbare driefasige uitgang. De schakelaars maken geen perfecte sinus. De motorwikkelingen en een eventueel uitgangsfilter middelen de snelle pulsen uit tot een bruikbare stroomgolf.

De schakelfrequentie beïnvloedt het motorgeluid, elektromagnetische storingen en warmte. Een hogere waarde geeft vaak minder hoorbaar geluid. De schakelverliezen in de IGBT’s nemen dan toe. Bij een lange motorkabel kunnen spanningsreflecties en extra isolatiebelasting ontstaan. Een uitgangsfilter of sinusfilter beperkt dit effect.

De relatie tussen frequentie en motortoerental

De frequentie bepaalt in grote mate het toerental van een asynchrone motor. Voor een eenvoudige berekening gebruik je het aantal poolparen elektromotor en de netfrequentie. Met frequentie toerental berekenen krijg je het synchrone toerental: de frequentie gedeeld door het aantal poolparen, vermenigvuldigd met zestig.

Een motor met twee poolparen draait bij 50 Hz theoretisch 1.500 omwentelingen per minuut. Het werkelijke motortoerental 50 Hz ligt lager door de slip elektromotor. De rotor loopt iets achter op het draaiveld. De motor heeft die slip nodig om koppel op te bouwen.

De frequentieregelaar verlaagt of verhoogt de uitgangsfrequentie. Zo kun je de snelheid motor aanpassen zonder een mechanische overbrenging te wijzigen. Tot de nominale frequentie houdt de regelaar bij een goede V/f-instelling de verhouding tussen spanning en frequentie passend.

Hoe je koppel en acceleratie nauwkeurig instelt

Met een geschikte parameter kun je motorkoppel regelen voor de aanwezige motorbelasting. Het koppel instellen frequentieregelaar vraagt om juiste gegevens, zoals motorstroom, vermogen, nominale spanning en frequentie. Een verkeerde instelling kan extra warmte en een instabiele loop veroorzaken.

De acceleratie frequentieregelaar bepaalt hoe snel de motor op toeren komt. Stel de acceleratietijd motor af op de massa en het benodigde koppel. Een te korte tijd veroorzaakt een hoge stroompiek. Met stroombegrenzing bescherm je de motor en de regelaar tegen overbelasting.

De deceler atietijd bepaalt hoe snel de motor afremt. Bij een zware last kan de opgewekte energie de tussenkringspanning verhogen. Een remchopper en remweerstand voeren die energie af. De instelling voor koppelregeling moet passen bij de motorbelasting en de gewenste beweging.

Verschil tussen scalaire en vectorregeling

Een scalaire regeling, meestal een V/f-regeling, stuurt de spanning en frequentie volgens een vaste verhouding. Deze methode is eenvoudig en geschikt voor pompen, ventilatoren en transportbanden met een voorspelbare belasting.

Vectorregeling berekent de magnetisatie en koppelstroom afzonderlijk. De regelaar kan het motorkoppel sneller corrigeren bij wisselende belasting. Sensorloze vectorregeling gebruikt berekende motorgegevens zonder encoder. Dit geeft een goede snelheid en een stabiel koppel bij lage toerentallen.

Bij een closed-loop vectorregeling meet een encoder de werkelijke positie of snelheid. De regelaar vergelijkt die waarde met de ingestelde waarde. Zo ontstaat een nauwkeurige motorregeling voor hijstoepassingen, positionering en machines die een vast toerental moeten houden.

Voordelen, instellingen en aandachtspunten bij gebruik

De voordelen frequentieregelaar zijn duidelijk: je regelt het toerental, start en stopt gecontroleerd en beperkt mechanische slijtage. Ook het motorkoppel en de motorbeveiliging zijn nauwkeurig instelbaar. Je kunt energie besparen met een elektromotor door de snelheid af te stemmen op de werkelijke vraag. Een motor die steeds op volle snelheid draait, verbruikt anders onnodig veel energie.

Bij een frequentieregelaar instellen leg je onder meer het motortype, de nominale spanning, stroom, frequentie en het toerental vast. Stel ook de minimale en maximale frequentie, de acceleratie- en deceleratietijd en de regelmethode in. Kies daarna de besturingsbron: lokaal, via digitale ingangen, een 0-10 V- of 4-20 mA-signaal, of via Modbus RTU, PROFINET of EtherNet/IP.

Stem de installatie af op de nominale motorstroom, overbelastbaarheid, het gewenste startkoppel en de bedrijfsclassificatie. Let bij de installatie frequentieregelaar op ventilatie, zekeringen, selectiviteit, aarding en gescheiden kabels. EMC-bekabeling, afscherming, netfilters en smoorspoelen beperken storingen en harmonische vervorming bij de EMC elektromotor. Werk nooit aan aansluitingen voordat de netspanning is uitgeschakeld en de tussenkring volledig is ontladen.

Bij lage snelheid koelt de eigen motorventilator minder goed. Controleer daarom de thermische belasting en gebruik zo nodig een externe ventilator. Onderhoud bestaat uit het controleren van ventilatoren, filters, aansluitingen, foutcodes, kabels, stof en omgevingstemperatuur. Laat de frequentieregelaar, motor en mechanische aandrijving als één geheel selecteren, installeren en in bedrijf stellen door een gekwalificeerde elektrotechnische installateur.